×

Van behang naar kunst en terug

Masureel / Nieuws

02/03/2020

De Collectie Masureel _ Anne-Marie Poels

Op een regenachtige winterdag trek ik richting Hulste, een deelgemeente van Harelbeke, waar Masureel in een groot bedrijfspand midden in het dorp exclusief textielbehang met internationaal renommee maakt. Ik ontmoet er de bedrijfsleider en eigenaar van Masureel, Guy Verstraete, die vol vuur over zijn kunstcollectie spreekt, terwijl hij zijn redelijk abstracte verhaal hier en daar met een poëtische Franse zinsnede (“Frans is mijn moedertaal”, vertelt hij ons tijdens het gesprek) doorspekt. Phyllis Dierick, zijn rechterhand waar het de collectie betreft, is bij het gesprek aanwezig en vult aan.

Kunst & Roots

Meteen in de hal van het bedrijf maak ik al kennis met de Collectie Masureel. Niet alleen hangt er een groot op doek gemonteerd werk in inkt op papier van Antoine Mortier. Ik loop bovendien recht tegen een uitsparing in de muur aan, waarin Claudio Parmiggiani zelf Altair kwam installeren, een aambeeld waarachter hij op een wit canvas een vlaag rook aanbracht – hij is één van die kunstenaars met wie Guy Verstraete een bijzondere band heeft. De toon is gezet: dit is een bedrijf waar het creatieve team ontwerpt midden en tussen het werk van tal van binnen- en buitenlandse kunstenaars – bedrijf en collectie zijn hier onlosmakelijk met elkaar verbonden. De roots van de familie Masureel gaan 500 jaar terug, hun activiteit in de textiel dateert van midden 19de eeuw toen de familie actief werd in de vlasindustrie – het was de periode van de industriële revolutie en ze introduceerden stoommachines om vlas te roten en ze weefden en verfden stoffen. Het was Guy Verstraete (sinds de jaren 80 in het bedrijf) die begon met het bedrukken van hoogwaardig vlies- en textielbehang. “Ik ben van opleiding ingenieur en altijd op zoek naar nieuwe technologie. Ik ontwikkelde in de jaren 90 een type machines voor behang en producten op waterbasis, zonder solventen. Maar ik ben daarnaast altijd geïnteresseerd geweest in kunst.”

Springplank

Zijn grootvader was al een kunstverzamelaar, vertelt Verstraete: “Hij was voorzitter van het Groeningemuseum in Brugge, en hij kocht daar Magritte en Vlaams expressionisten … het was een groot figuur in die jaren.” Maar zijn eigen ouders waren niet met kunst bezig, zelf begon hij 30 jaar geleden dan ook met weinig kennis van zaken te verzamelen. “Dat was uit liefhebberij. Ik was een beginneling, ging naar musea en veilingen en was nog niet internationaal bezig. Ik keek naar Belgische kunst: op dat moment was dat vooral lyrisch abstracte kunst. Daarin ging het om een geste artistique – het werk van Antoine Mortier, beneden in de hal, is er een voorbeeld van. Ik dacht lang dat kunst zich tot de lyrische abstractie beperkte.” Maar sinds dat begin breidde Verstraete zijn blikveld behoorlijk uit. “In de jaren 70 ontdekte ik kunstenaars als Marcel Broodthaers, Carl Andre, Matt Mullican en Sol LeWitt die een heel andere definitie van kunst hadden:  zij dachten conceptueel. Toen merkte ik dat conceptuele kunst en woorden en dergelijke me veel meer interesseerden. Ik zie die lyrische kunstwerken nog graag, maar vind ze toch eerder beperkt, kunst is voor mij niet iets louter decoratief. Naast de impulsiviteit van de geste artistique is er ook het verstand. Inhoudelijk heeft kunst voor mij te maken met hoe de mens in elkaar zit.”

Claudio Parmiggiani, Altair, 2007, courtesy the artist & Meessen De Clercq

In de jaren 80 kreeg hij ook oog voor kunst van vrouwelijke kunstenaars (“Ik denk dat de helft van de collectie uit vrouwen bestaat”) zoals Kiki Smith en Louise Bourgeois. “Vrouwen werden vroeger soms eerder als designers aanzien – denk aan Anni Albers en Sonia Delaunay. Binnen de kunstwereld waren voor de oorlog vooral mannen actief. Maar iemand zoals Louise Bourgeois heeft in de jaren 80 veel dingen open getrokken.” En hij ontdekte Belgische kunstenaars zoals Jacques Charlier, Jef Geys en Guy Mees: “Daar sprak niemand over in de tijd waarin ik die begon aan tekopen. Maar gelukkig zijn ze de laatste jaren meer en meer onder de aandacht gekomen.” Tegelijk dook Verstraete terug in de tijd: “Om de evolutie doorheen de jaren beter te voelen en om te begrijpen waar we nu staan, ga ik ook terug naar de abstractie, die zich met kunstenaars als Marcel Duchamp en Kazimir Malevitch aandiende. De jaren 20 waren volgens mij de tien rijkste jaren van vorige eeuw.” En dus kocht Verstraete uit die periode onder andere werk van kunstenaars als Victor Servranckx, István (Etienne) Beöthy, Georges Vantongerloo en voornoemde Sonia Delaunay.

Het geeft hem beter zicht op wat er nu gemaakt wordt, vertelt hij en hij vergelijkt de tijdslijn van zijn collectie nadien met een springplank: “Hoe langer die plank is, hoe verder je kunt springen.” Een sprong die landt in een hedendaags luik, want ondertussen vulde hij de verzameling ook aan met werk van hedendaagse kunstenaars zoals Katinka Bock, Rosa Barba, Mekhitar Garabedian, Meggy Rustamova … Twee jaar geleden trok Verstraete kunsthistorica Phyllis Dierick aan, om de collectie te inventariseren en in een chronologie te plaatsen die in huis gebruikt zal worden als werkinstrument. Zo werd duidelijk dat hij ondertussen rond de duizend stukken in huis heeft – veel ervan van kunstenaars die hij terugziet in museumcollecties of de tijdschriften die hij openslaat. “Ik kende er dan misschien niet zoveel van toen ik begon te verzamelen, maar nu ontdekken we dat ik veel werk gekocht heb dat vandaag zijn plaats in de kunst gevonden heeft. Intuïtief heb ik blijkbaar de juiste dingen gekozen.”

Guy Verstraete, Real-reality, schets

Hoe meer kunst, des te meer ideeën en hoe beter ik me voel. Kunst zorgt voor een alchemie interne, maakt dialogen met mezelf mogelijk en geeft me voeding om de vragen die me bezighouden te beantwoorden.

Guy Verstraete - CEO Masureel

De collectie en het bedrijf

Rond de collectie zijn zeker bijzondere verhalen te vertellen, zoals dat van Parmiggiani, met wie Verstraete correspondeerde en die zelf zijn werk kwam installeren. Of dat van Meggy Rustamova, die een werk creëerde op basis van een foto die Verstraete op reis in Iran maakte – een werk dat ondertussen ook in de collectie zit. Toch staat hij er huiverachtig tegenover om één kunstenaar of werk uit de collectie specifiek naar voren te schuiven. “Als ik een kunstwerk koop, functioneert dat als een vogel die ik loslaat. Ze vliegen allemaal in de kosmos, ontmoeten elkaar en voeren een gesprek. Daar gaat de collectie over. Ik heb geen interesse in wat één werk specifiek zegt, maar in de dialoog die tussen de werken ontstaat en in het geheel wat zo tot stand komt. De ene kunstenaar draagt de andere.” Wat dan juist zijn inzet is? Verstraete vertelt dat hij werk verzamelt van kunstenaars die resoneren met zijn eigen manier van denken. “Geestelijk moeten we op dezelfde golflengte zitten, zelfs als het gaat over mensen die al gestorven zijn. Die resonantie is belangrijk.” Hij ging eerder intuïtief te werk en ziet kunst in ieder geval zeker niet als belegging. “De Collectie Masureel is geen blingbling collectie. Ik verzamel niet als investering, maar om te begrijpen wat er vandaag in de maatschappij aan het gebeuren is. Kunst fungeert voor mij als een lantaarn.” Maar bovenal betekent kunst voor hem persoonlijke therapie: “Hoe meer kunst, des te meer ideeën en hoe beter ik me voel. Kunst zorgt voor een alchemie interne, maakt dialogen met mezelf mogelijk en geeft me voeding om de vragen die me bezighouden te beantwoorden.” Ook voor de creatief ontwerpers die binnen het bedrijf actief zijn, werkt de collectie als een bron van inspiratie. Maar Verstraete slaat ook letterlijk een brug tussen de kunstenaars en de activiteiten van Masureel. Zo maakte Lore Vanelslande, die ook met werk in de verzameling zit en met wie Verstraete een goeie klik had, onder de noemer MAF / Masureel Art Factory een editie van behangpapier voor het bedrijf. En hoewel dat eerder intuïtief gebeurde, zou de CEO graag zien dat er nog andere edities volgen. Hij ziet ze op het snijvlak van kunst en design, en vraagt zich tegelijk af of daar überhaupt wel een grens tussen getrokken kan worden. “Is die grens er wel, en zo ja, waar ligt die dan? Wij hebben designers in huis die echte kunstenaars zijn, terwijl er in de kunst zoveel kitsch is. In het begin van de 20ste eeuw was er denk ik een gezondere verstandhouding tussen design en kunst – kijk naar Rietveld. Voor mij is die stoel van Rietveld kunst. En toch was die bedoeld om op te zitten.”

Filosofische interpretatie

Ook Victor Servranckx, die andere kunstenaar waarmee al een editie gemaakt werd, kan in die periode gesitueerd worden. Hij werkte in de jaren 20 tijdens zijn opleiding als kunstenaar in een behangfabriek – een aantal van zijn behangontwerpen zijn in de collectie opgenomen. Sommige daarvan mochten destijds door de fabrieksbaas niet op behang uitgevoerd worden, vertelt Dierick: “Waarschijnlijk omdat ze te experimenteel waren. Dus hebben we nu besloten om een aantal van die behangen op rol uit te voeren.” In een cahier bij de editie wordt het werk van Servranckx wetenschappelijk gekaderd. Maar ook Verstraete zelf is met een publicatie bezig, waarin hij de collectie in schetsen en woorden onder de loep neemt: “Het wordt een puur persoonlijke, eerder filosofische interpretatie, die waarschijnlijk Du réel à la réalité gaat heten. Daarin is het reële de materie die je met je vingers kunt aanraken, en de realiteit dat wat je met de vingers van je ziel voelt.” Vanuit de stoffelijke werken in de verzameling brengt Verstraete ons naar het grotere verhaal. Bladerend door de schetsen, vertelt hij over Malevitch’ uitspraak ‘À présent, le chemin de l'homme se trouve à travers l'espace waarin hij zich totaal kan vinden; over color rythme’, of kleurklank, aan de hand van het beeld van een piano die vanop vijf meter hoogte neerstort in een plas vol verf, om zo de link te leggen met het werk vol kleur en vibratie van Miró; over de cirkelvormen die hij bijvoorbeeld bij Dora Garcia, Joseph Beuys, Michel François en Philippe Van Snick ziet terugkeren: “Maar ik wil niet dat die cirkels begrenzen. Het is niet omdat kunstenaars voor eenzelfde vorm gekozen hebben, dat ze hetzelfde willen zeggen. Een werk moet vrij blijven.” En ook het tonen van de collectie ligt in de lijn van de verwachting. Op de site van Masureel ligt een verlaten ververij, die in de toekomst mogelijk opgeknapt wordt. Een deel van de productie zou erheen verhuizen, maar kunstenaars zouden er ook moeten kunnen experimenteren. Verstraete: “Liefst van al zouden we de collectie daar dan tonen en er exposities mee maken.” Niet dat het de bedoeling is om als een museum te functioneren, vertelt Dierick aan het eind van het gesprek: “Het zou eerder bedoeld zijn om bezoekers en klanten met de collectie te laten kennismaken. In ieder geval zal het niet louter voor de productie zijn, of louter voor de kunst. Want bij Guy zijn die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

SEO

Jan Vercruysse, Camera Oscura #1, 2002, print, 43 x 60 cm, ed. 49/50, foto Bruno Eggermont

Your browser is out-of-date!

Update your browser to view this website correctly. Update my browser now

×